Wie zorgt voor gedupeerde?

Op een zondagmiddag ontstaat er brand in een appartement en worden zes bewoners van het betreffende trappenhuis geëvacueerd en opgevangen. Na mijn aankomst, doe ik samen met de bevelvoerder van de brandweer een eerste inspectie van de appartementen om te beoordelen welke maatregelen gewenst zijn.

Na het verwijderen van de rook en een eerste reiniging van het trappenhuis en het opruimen van glasresten kunnen de bewoners van de vijf appartementen terug naar hun woning. Voor hen is de situatie weer stabiel.

De situatie in het appartement waar de brand heeft gewoed is echter ernstig. De gehele woning is zwaar beroet, de keuken is verbrand en er is veel bluswater aanwezig. Jan, de bewoner, is niet goed aanspreekbaar. Hij is erg geschrokken van de brand en weet zich niet meer te herinneren wat er gebeurd is. Het blijkt dat hij medicijnen gebruikt en niet meer in staat is om zelf beslissingen te nemen.
Ik overleg met brandweer en politie en we zijn er allemaal van overtuigd dat Jan zo niet achtergelaten kan worden en dat opvang in een hotel ook onvoldoende is.  Jan is rillerig en lijkt steeds meer aangedaan te zijn door het gebeuren. Gelukkig kan hij bij een buurvrouw een bak koffie krijgen, terwijl ik probeer meer gegevens te achterhalen.

Al snel wordt bekend welke medicijnen Jan gebruikt, maar gegevens over de huisarts en eventuele hulpverleners die betrokken zijn, kunnen niet worden achterhaald. Er wordt gesproken over een bepaalde hulpverleningsinstantie, maar ondanks diverse pogingen is niemand hiervan bereikbaar. Met behulp van de mobiele telefoon wordt het telefoonnummer van zijn ouders achterhaald, waarmee ik contact probeer te leggen. Even later blijkt dat de ouders in het buitenland verblijven en dat er geen contact mogelijk is.

Jan is nog steeds ontdaan, mede omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor de brand waardoor hij alles om hem heen niet meer lijkt op te merken. Weer wat later laat Jan zich ontvallen dat hij ook een zus heeft wonen in diezelfde plaats en hij weet zelfs een straatnaam; het huisnummer ontbreekt echter.  Ik zoek direct naar een telefoonnummer, maar de combinatie van straat en naam vind ik niet . Ik vraag de politie of deze in de Gemeentelijke Basisadministratie kan achterhalen waar deze zus kan wonen. Na enkele pogingen wordt er een huisnummer gevonden, maar nog steeds geen telefoonnummer. We spreken af dat ik op locatie achterblijf en dat de politie gaat proberen of er op het gevonden adres iemand thuis is. Gelukkig is de zus van Jan aanwezig en  komt ze ook direct mee naar de schadelocatie.

In de zwaar aangetaste woning worden de benodigde spullen bij elkaar gezocht. De kostbaarheden worden overgebracht naar een gespecialiseerd reinigingsbedrijf en Jan kan tijdelijk worden opgevangen bij zijn zus. Zij neemt het nu van mij over en hopelijk lukt het haar wel de juiste zorgverleners te activeren. De gedachte aan hoe het had moeten gaan als er geen zus was geweest zet ik maar van me af.

Gepost door Salvagecoördinator Bert

blog_zorg_gedupeerde_salvage