Voorkom brand in uw woning 1_7_woning72

De meeste branden in huis zijn te voorkomen. Brandveiligheid begint u bij uzelf. Met deze checklist kunt u zien of u uw huis nog brandveiliger kunt maken. Ook geven wij tips wat te doen als er toch brand uitbreekt.

“Een woningbrand overkomt mij niet.” Toch zijn er jaarlijks duizenden meldingen van brand in een woning. Soms is er alleen materiële schade. Helaas vallen ieder jaar honderden gewonden en tientallen dodelijke slachtoffers. Gelukkig kunt u zelf veel doen om uw huis brandveiliger te maken of als er toch brand uitbreekt, de gevolgen ervan te beperken. Deze controlelijst helpt hierbij. U kunt er uw leven en dat van uw huisgenoten mee redden.

  • Entree
    1. Is uw huisnummer goed te zien voor de brandweer? De brandweer moet vanuit een rijdende auto kunnen zien of ze op het juiste adres is.
    2. Kunt u als het nodig is uw huis snel verlaten? Kies voor uw sleutels een vaste, veilige opbergplaats waar u snel bij kunt.
    3. Zijn de gang en de trap vrij van obstakels? Voorwerpen die in de looproute staan, kunnen hinderen als u bij brand moet vluchten. Ook kan de brandweer dan moeilijk in uw huis komen.
    4. Is de hoofdafsluiter van gas goed bereikbaar? Bij brand of gaslekkage moet de hoofdafsluiter snel worden afgesloten. Gas is bij brand erg gevaarlijk.
    5. Zijn alle zekeringen in de meterkast in orde? Als er thuis regelmatig kortsluiting is, is het belangrijk dat de oorzaak wordt opgespoord en verholpen. Zekeringen zijn veiligheidsmaatregelen van elektriciteit.
    6. Is het huis beveiligd met een aardlekschakelaar? Een aardlekschakelaar kan brandgevaar beperken en uzelf beschermen tegen elektrocutiegevaar.
    7. Is de meterkast vrij van brandbare materialen? Bij een brand in de meterkast die bijvoorbeeld ontstaan is door kortsluiting, kunnen brandbare materialen ook vlam vatten.
  • Bergruimte
    1. Laat u de cv-ketel regelmatig controleren? Het is verstandig om uw ketel jaarlijks te laten controleren. Door een slechte verbranding kan er koolmonoxide ontstaan. Dit is een zeer gevaarlijk gas dat u niet ruikt, proeft en ziet maar u kunt hierdoor wel bewusteloos raken of zelfs overlijden.
    2. Is de ruimte rondom de cv-ketel vrij van brandbare materialen? Brandbare materialen in de buurt van de cv-ketel versnellen een brand.
    3. Maakt u het filter en de luchtafvoerslang van de wasdroger na ieder gebruik stofvrij? Drogen van was veroorzaakt veel pluizen. Dit kan brand veroorzaken.
    4. Zijn de kranen en slangen naar de wasmachine in orde? Als de kranen en de slangen niet in orde zijn, kan er waterschade ontstaan en daarmee is er risico op kortsluiting.
  • Keuken
    • Is de gasslang naar het gasfornuis nog in goede staat? Zorg ervoor dat de slang van een niet-ingebouwd gasfornuis buiten de hitte van de gaspitten blijft. Controleer de slang regelmatig op scheurtjes en vervang deze na maximaal vijftien jaar.
    • Is er voldoende afstand tussen het kooktoestel en brandbare dingen? Houd brandbare dingen zoals gordijnen, thee- en handdoeken uit de buurt van het kooktoestel. Deze kunnen makkelijk vlam vatten.
    • Staat het gasfornuis of de kookplaat uit als u weggaat? Laat pannen niet op het vuur of de kookplaat staan als u weggaat. Er kan bijvoorbeeld vlam in de pan ontstaan wanneer u er niet bij bent.
    • Weet u wat u moet doen bij ‘vlam in de pan? Blijf in de buurt van het fornuis / kookplaat als u kookt. Als de vlam in de pan slaat, doe dan een deksel op de pan. Gebruik nooit water om het vuur te blussen. Schakel ook het fornuis of de kookplaat uit, zet de afzuigkap uit en laat de pan minstens een half uur staan om af te koelen. Controleer na een half uur of het vuur echt uit is.
    • Maakt u het filter van de afzuigkap regelmatig schoon? Vet kan in de afzuigkap komen, dit vet kan vlam vatten. Maak daarom de afzuigkap schoon en vervang of reinig regelmatig het filter.
    • Laat u de geiser regelmatig controleren en reinigen? Het is verstandig om uw geiser jaarlijks te laten controleren. Een slecht werkende geiser kan het zeer gevaarlijke koolmonoxide veroorzaken. Een goed afgestelde geiser heeft een blauwe vlam. Mogelijke signalen dat er iets mis is met een installatie zijn een geel / oranje gasvlam, beslagen ramen, een gaslucht en lichamelijke symptomen zoals hoofdpijn, misselijkheid en vermoeidheid.
    • Zijn er licht ontvlambare vloeistoffen in huis, zoals spiritus en benzine? Licht  ontvlambare stoffen in huis zijn een verhoogd risico. Bewaar deze daarom in een goed geventileerde ruimte, zoals een schuur, garage of berging.
    • Bewaart u gasflessen buitenshuis? Gasflessen in huis kunnen bij brand gevaarlijk zijn. Bewaar deze buiten de woning in een goed geventileerde ruimte. Bewaar ze ook niet in de kelder, want gassen zijn zwaarder dan lucht en kunnen dan gevaarlijk zijn. Gasflessen moeten rechtop staan.
  • Woonkamer
    1. Gaat u veilig om met stekkerdozen? Gebruik goedgekeurde, niet beschadigde stekkerdozen en verbind deze niet zomaar onderling met elkaar. Als u teveel stekkerdozen aansluit op één groep, kan er overbelasting ontstaan met brand als gevolg.
    2. Gaat u veilig om met elektrische snoeren? Controleer losse snoeren regelmatig op beschadigingen. Leg ze niet onder een tapijt of mat. Rol kabelhaspels altijd helemaal uit voordat u ze gebruikt. Opgerolde haspels kunnen oververhit raken en brand veroorzaken.
    3. Maakt u sigaretten op een veilige plaats uit en gooit u ze veilig weg? Gebruik asbakken en leeg deze niet te snel: op z’n vroegst een kwartier na het uitdoen van de laatste sigaret.
    4. Schakelt u de televisie ’s nachts en als u weggaat helemaal uit? Zet een televisie met een beeldbuis (te herkennen aan de uitstekende achterzijde), uit als u gaat slapen of wanneer u het huis verlaat. Deze televisies trekken stof aan en worden van binnen zo warm dat het stof in de televisie kan ontbranden. Flatscreens, zoals LCD en LED toestellen, produceren veel minder warmte en trekken ook veel minder stof aan. Als uw flatscreen televisie alleen in de stand-by kan, dan is de kans gering dat hierdoor een brand ontstaat.
    5. Haalt u bij onweer en langdurige afwezigheid de stekkers van elektrische apparaten uit de stopcontacten? Bij een blikseminslag kan kortsluiting en brand ontstaan. Voorkom problemen door stekkers uit de stopcontacten te halen of met speciale stekkers uw apparaten te beveiligen.
    6. Laat u uw schoorsteen regelmatig controleren en vegen? Het is verstandig om uw schoorsteen jaarlijks te laten controleren. Laat de schoorsteen vegen door een schoorsteenveger om brand te voorkomen, zie daarvoor de website van de Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond
    7. Wordt de openhaard thuis veilig aangemaakt? Gebruik nooit spiritus of benzine om de haard aan te steken, maar aanmaakhoutjes. Gebruik een vonkenscherm om gloeiende houtskooltjes uit de openhaard tegen te houden.
    8. Gebruikt u onbrandbare standaards voor kaarsen? Zorg ervoor dat uw kaarsenstandaards niet brandbaar zijn. Houd ook brandbare materialen uit de buurt van kaarsen en waxinelichtjes. Maak gebruik van stevige standaards voor kaarsen en een onbrandbare ondergrond voor waxinelichtjes. Plaats deze niet te dicht bij elkaar of op de hoek van een tafel en maak ze uit als u de kamer verlaat.
  • Slaapkamer
    1. Gebruikt u de elektrische deken volgens de gebruiksaanwijzing? Elektrische dekens kunnen door kortsluiting of oververhitting brand veroorzaken. Gebruik ze daarom op de juiste manier. Als u de deken niet gebruikt, berg deze dan opgerold op. Let op: bij het opvouwen beschadigt mogelijk de bedrading.
    2. Hangen er rookmelders in de buurt van de slaapkamers en in de gang? Rookmelders helpen een brand tijdig ontdekken en zijn in ieder huis een must! Als u slaapt dan ruikt u niets, maar u hoort een rookmelder wel.
    3. Heeft u een rookvrije slaapkamer? Als u in slaap valt, kan een brandende sigaret snel brand veroorzaken. Brand door roken in bed is een veel voorkomende oorzaak van een (fatale) woningbrand.
    4. Zijn de wanden en plafonds thuis voorzien van onbrandbaar materiaal? Kunststof materialen veroorzaken bij brand giftige stoffen. Ook zijn er materialen, zoals kunststof schroten en zachtboard plafonds, die brand versnellen.
    5. Heeft u nagedacht over een vluchtroute bij brand? Bedenk een vluchtroute voor als u het huis (’s nachts) snel moet verlaten. Zelfs in de kleinste ruimtes die u door en door kent, raakt u bij rookontwikkeling uw oriëntatie kwijt. Spreek een verzamelplaats af waar u elkaar ontmoet. Het oefenen van een vluchtplan samen met uw huisgenoten is belangrijk.
    6. Bewaart u lucifers en aanstekers buiten het bereik van kinderen? Met vuur spelende kinderen veroorzaken nogal vaak brand, wees zelf ook heel voorzichtig met lucifers en aanstekers. Wijs kinderen op de gevaren. Door gebruik van meer kunststoffen en elektrische apparatuur breidt een woningbrand zich snel uit. U heeft maar drie minuten de tijd om uw woning veilig te verlaten. Let op: tot de brandweer er is, bent u op uzelf aangewezen. Zorg daarom dat u weet wat u moet doen bij brand.

 

Voorkom brand in uw bedrijf 1_7_bedrijf72

Bedrijfsbranden worden vaak veroorzaakt door onachtzaamheid bij brandgevaarlijke werkzaamheden, brandstichting en onveilig gebruik van elektrische installaties. De gevolgen zijn regelmatig desastreus. Een goede brandverzekering is dus een must, maar nog beter is het voorkomen van brand. U leest onderstaand tips om brand te voorkomen.

  • Brandbare materialen
    1. Opslag van pallets, zwerf- of brandbaar afval vormen een risico. Ruim ze op of plaats ze tien meter van gebouwen of afdaken. Kan dat niet, zorg dan voor onbrandbare containers met afsluitbare deksels.
    2. Controleer regelmatig of afvalcontainers niet te vol zitten, voer afval regelmatig af en controleer of de containers worden gesloten én afgesloten na werktijd.
    3. Plaats afvalcontainers op een vaste plaats.
    4. Just in time levering kan helpen bij het tot een minimum beperken van de opslag van brandbare materialen, vloeistoffen of gassen.
    5. Zorg dat de opslag van vloeistoffen of gassen voldoet aan de PGS/CPR-normen.
    6. Portacabins en andere tijdelijke gebouwen hebben vaak een brandbare constructie. Zorg daarom dat ze zo ver mogelijk van vaste gebouwen worden geplaatst en na gebruik worden verwijderd.
  • Beleidsmaatregelen
    1. Zorg dat brandveiligheid een standaard onderdeel is van uw bedrijfsprocessen. Het identificeren, analyseren, voorkomen en controleren van (nieuwe) risico’s is een cyclus die u regelmatig moet doorlopen.
    2. Maak vaste draaiboeken, procedures en checklists, zodat het voor iedereen duidelijk is wat er van hem of haar wordt verwacht. En geef iemand binnen uw organisatie de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van uw brandveiligheidsbeleid.
    3. Brandveiligheidsmaatregelen zijn alleen effectief als ze ook tijdig en correct worden nageleefd en gecontroleerd. Een gestructureerde sluitingscontrole en effectief sleutelbeheer is daarbij essentieel.
    4. Zorg er voor dat uw medewerkers oefenen met de blusmiddelen en de veiligheidsprocedures, zodat ze als het erop aankomt weten wat ze moeten doen, waar blusmiddelen staan en hoe ze ermee moeten omgaan. De brandweer kan een training verzorgen.
    5. Het voorkomen van brandstichting wordt effectiever als u samenwerkt met ondernemers in uw omgeving. Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) biedt de mogelijkheid om samen met ondernemers in uw directe omgeving structurele maatregelen treffen voor (brand)veiligheid. Lees hierover meer op de website van het Centrum Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid.
  • Gebouw
    1. Hou bij het ontwerpen van het gebouw al rekening met het risico op brand. Vaak is het goedkoper om tijdens de bouw/renovatie preventieve maatregelen te nemen dan achteraf. Uw verzekeringsmaatschappij kan u adviseren.
    2. Zorg voor zo min mogelijk ruimtes waar kwaadwillenden uit het zicht kunnen werken en zorg dat ramen en deuren zo min mogelijk aan slecht zichtbare gebieden grenzen.
    3. Gebruik indien mogelijk isolatiematerialen die onbrandbaar zijn.
    4. Zorg dat derden geen toegang hebben tot de daken van de gebouwen. Lichtkoepels en regenpijpen zijn kwetsbare punten. Overhangende bomen moeten worden teruggesnoeid.
    5. Beveilig trappen buiten het gebouw die toegang tot het dak bieden.
    6. Zorg voor bezoekerstoiletten en vergaderruimte bij de receptie zodat ongenode gasten niet ongezien binnen kunnen komen.
    7. Controleer regelmatig of alle sleutels van deuren en ramen nog aanwezig zijn. Vervang sloten als er sleutels missen.
    8. Gebruik bij voorkeur metalen brievenbussen die buiten het gebouw zijn geplaatst.
    9. Hou de ruimtes onder buitendeuren zo klein mogelijk, zodat er niets brandbaars onderdoor geschoven kan worden.
    10. Zorg voor een adequaat inbraakalarm van een BORG-erkende installateur dat wordt doorgemeld naar een particuliere alarmcentrale.
    11. Een brandmeldinstallatie detecteert brand in een zo vroeg mogelijk stadium en meldt dat aan de brandweer of een particuliere alarmcentrale.
  • Terrein
    1. Zorg voor een goede verlichting, want zichtbaarheid voorkomt brand, inbraak en vernieling.
    2. Plaats de verlichting zo hoog mogelijk en bij voorkeur op een tijdschakelaar.
    3. Zorg dat de terreinafscheiding zowel een psychologisch als fysiek obstakel is, door een doorkijkbaar, hoog, sterk hekwerk.

Bovengenoemde tips zijn een greep uit de maatregelen die u kunt nemen. Als u uw precieze risico’s in kaart wilt brengen, kunt u uw verzekeringsmaatschappij om advies vragen of een (brand)veiligheidsadviseur inschakelen.

Bron: Checklist brand