Salvage… Hoe bestaat het…

Blog Hans

En dan word ik, op zomaar een maandag, benaderd of ik een blog wil schrijven. Een blog over het leven van een Salvagecoördinator. Over een leven naast mijn baan als schade-expert. Een tweede leven wat zich heftig kan mengen met mijn eigen baan. Mijn baan als schade-expert van waaruit ik de ervaring put om goed te kunnen functioneren als Salvagecoördinator. Een Salvagecoördinator? Zo’n man of vrouw in een herkenbare jas die tijdens of na een al dan niet omvangrijke brand  je op je gemak probeert te stellen? Met jou oplossingsgericht het “hoe nu verder” door spreekt? En dan ook nog nakomt wat hij je beloofde? Ja precies. Die man of vrouw bedoel ik.

En dan lig ik net in mijn eerste slaap. Een drukke werkdag achter de rug. Toe aan enkele uren slaap om bij te tanken voor de volgende werkdag waar ook weer diverse afspraken in mijn agenda staan. Ik weet het want ik heb er al door heen gelezen. En dan word ik gebeld…….uit het niets. Kabaal. Slaapdronken mijn telefoon pakken. “Ja, met Salvage”. “We hebben een melding voor je”. Wakker ben ik. Klaar wakker. Ik loop naar de plek waar ik pen en papier klaar heb liggen. Ik noteer, met een ondertussen stijgend adrenalinegehalte in me, de gegevens waar mijn komst wordt afgewacht door brandweermensen, door gedupeerden. Ik hoor dat er mogelijk een slachtoffer bij betrokken is wat me nu al kippenvel bezorgt. Koud water over mijn gezicht. Tanden poetsen. Aankleden en het lukt me. Binnen luttele ogenblikken zit ik achter het stuur van mijn auto. Ik heb 40 minuten zie ik nog snel om binnen de toegezegde tijd op de locatie te zijn waar zich een drama heeft voor gedaan. Tijdens het rijden speelt er veel door mijn hoofd……wat zal ik aantreffen…….ben ik er lang bezig? Veel tijd heb ik niet want ik rijd de straat in waar ik moet zijn. Blauwe zwaailichten….brandweer…..politie. Enkele mensen op straat. Ik parkeer in de directe omgeving mijn auto en loop naar brandweermensen toe. “De bevelvoerder” vraag ik. O, hij heeft me al gezien. Herkenbaar gekleed. Na een kennismaking spreek ik door wat er zich heeft afgespeeld.

De bewoners waren weg geweest naar een verjaardag en rond middernacht thuis gekomen. Een zoon was thuis gebleven. Die wilde televisie kijken. Zijn favoriete film zou te zien zijn. Bij thuiskomst brandde de verlichting nog. Heel zwak zichtbaar. De ramen waren zwart. En bij binnenkomst een zware brandlucht. Wat een rook, alles zwart. In de keuken lag de zoon op de grond. Bewegingsloos. De adem werd hen ontnomen. Men moest naar buiten vluchten. Direct 112 gebeld en binnen luttele minuten kwam de brandweer hoor- en zichtbaar dichterbij. Wat duurde het wachten toch lang……Met persluchtflessen op de rug ging de brandweer de woning in. De zoon is direct naar buiten gedragen waar de inmiddels gearriveerde ambulancebroeders zich over hem ontfermden. Na deze introductie door de bevelvoerder van de brandweer word ik voorgesteld aan de zichtbaar geëmotioneerde ouders. Men kijkt mij vragend en hulpbehoevend aan. Wat moet ik zeggen? Men vertelt wat men aantrof bij thuiskomst. De schrik. De machteloosheid. “Hoe is het met onze jongen?” Ik kan de mensen een arm om de schouder slaan. Hen aanhoren. Met hen hopen dat het goed komt met hun zoon. Ik hoor weer een sirene. De ambulance vertrekt. Met hun zoon. Ondertussen is familie van het getroffen echtpaar gearriveerd wat mij de gelegenheid geeft om met de bevelvoerder van de brandweer een rondgang door het huis te maken. Wat een desolate aanblik. Alles, maar dan ook alles is zwart. Diverse inboedel omver geworpen. De restanten van een fritesketel op het gasfornuis. Gesmolten delen van kunststof plafondschroten liggen her en der. Wat onverstandig denk ik snel. Op de beroete vloer een aftekening waar de zoon heeft gelegen. Ik hoor de bevelvoerder zeggen dat de brand is ontstaan in de fritesketel. De zoon heeft snacks willen bakken. De pan met olie op het gasfornuis. Nog even op de bank gaan zitten tot dat de kookwekker zou gaan. In slaap gevallen. Wakker geworden van een brandlucht vanuit de keuken. In de keuken gestruikeld…..

Met de bevelvoerder loop ik naar buiten. Hoewel er geen schadelijke lucht meer is gemeten beneemt het mij toch de adem en ben ik weer bij dat ik buiten sta. De bevelvoerder geeft aan dat men klaar is en vraagt of er voor hun nog iets te doen is. Nadat ik aangeef dat het ook wat mij betreft klaar is, vertrekt de brandweer. De ouders kregen ondertussen een telefoontje vanuit het ziekenhuis. Hun zoon leeft…….ternauwernood heeft hij de brand overleefd. Wat een opluchting voor de ouders en aanwezige familie. In de tuin spreek ik de vader van de jongen. “O meneer, wat komen we hier goed mee weg. Onze zoon leeft. De rest is bijzaak. Mijn vrouw gaat zo met haar broer naar het ziekenhuis”. Er wordt een sigaret opgestoken. “Weet u, de rest komt allemaal wel goed. We slapen vannacht bij mijn zwager en diens vrouw en het eerste wat ik ga doen morgen is een rookdetector monteren in de keuken”.

Ik stel voor om een schoonmaakbedrijf ter plaatse te laten komen om diverse elektronica uit de woning elders veilig te stellen. Ter voorkoming van meer schade door chloorgas wat zich ontwikkelt bij een brand met kunststof wat in aanraking komt met bluswater. “Prima, meneer. Regel het maar. Mijn zoon hè, dat is voor mij nu het belangrijkste”. Samen praat je over de consternatie van de beide ouders na thuiskomst. De paniek. De zoon. Heerlijk, alles komt goed. “Als de schoonmaakfirma dadelijk is geweest ga ik ook naar het ziekenhuis. Mijn zoon bezoeken. Ik hoop dat ik hem even kan spreken. Wat zal hij bang geweest zijn. Fijn dat er zoiets bestaat als Salvage. Dat u ons die zorg biedt waar we op het moment dat we binnen kwamen niet aan dachten”. En dan. Een telefoontje……het ziekenhuis. Of de familie met spoed naar het ziekenhuis wil komen. Het gaat niet goed met de zoon. Hij zal overlijden. Wat een emotie. Wat een emotiewisseling. Daar sta ik dan als Salvagecoördinator. Een mond vol tanden. Ik wens de vader nog snel veel sterkte maar realiseer me dat wat ik zeg er niet toe doet. Met een achtergebleven familielid spreek ik nog verder. Ik neem door wat ik met de heer des huizes afsprak en spreekt af samen op het schoonmaakbedrijf te wachten. Daarna samen de woning afsluiten. Ik neem afscheid en meld me telefonisch af bij de Stichting Salvage. Ik ben weer “beschikbaar” zoals dat zo mooi heet. Naar huis. Een hoofd vol emotie. De terugreis ging sneller als verwacht. Een glas water…..mijn bed in. Ik overdenk de hele situatie. Salvage…..ik val in slaap. En dan gaat de telefoon. ”Goedemorgen Hans, met Salvage. We hebben een opdracht voor u”…………………..

Gepost door Salvagecoördinator Hans